Théâtre

Het Indisch Interieur

van toneelschrijver, regisseur en acteur Bo Tarenskeen



imgActu

O

p 17 oktober 2022 ging een twaalftal studenten Nederlands na een lekker hapje op het Onze Lieve Vrouweplein in Maastricht naar de voorstelling Het Indisch Interieur in het Theater aan het Vrijthof. Terugblik op het stuk, waarin toneelschrijver, regisseur en acteur Bo Tarenskeen drie generaties Indische Nederlanders aan het woord laat.

Dat het zo somber is, merken ze op, met de blik gericht op het publiek. Het licht is nog maar net uit of de toeschouwers Het Indisch Interieur al binnen zijn. Daar, op het podium, stonden de acteurs al naar ons te kijken terwijl wij langs de rijen van de Papyruszaal van het Theater aan het Vrijthof liepen, elk op zoek naar ons plekje. De zoektocht naar ‘je plek’ loopt als een rode draad door het theaterstuk van Bo Tarenskeen, te beginnen met de erfstukken waar vader, kinderen, kleinkinderen en aanhang omheen verzameld staan. De pater familias (Hans Dagelet) staat op de drempel van de dood en wil ze alvast verdelen. Wajangpoppen, vliegers, schalen, dansmaskers: hij hoopt ze allemaal naar het een of andere gezinslid te zien verhuizen. Alle voorwerpen hebben een ziel, vertelt hij telefonisch aan kleinzoon Toto, die hij aanvankelijk niet verstaat. De hiel, legt de oude man hem uit voor hij zich ervan bewust wordt dat het jongetje het over de ziel had, is het deel achteraan de voet, dat de grond als eerste raakt. Als hij vervolgens de ziel, waar het uiteindelijk om gaat, omschrijft als ‘de kern, de essentie’ mondt misverstand uit in veelzeggendheid. Het ergens bij horen, daar heeft men het steeds weer over, zo betreurt zoon Johan (Reinout Bussemaker), de ‘lichtste van de familie’. Wortelen. Maar mensen zijn toch geen groenten, he?

Veelbetekenend is ook het kale decor waarvoor gekozen is. Met uitzondering van de piano op de achtergrond is het podium namelijk even leeg als het minimalistische interieur van het personage dat Bo Tarenskeen zelf speelt. Als Mark, Toto’s vader, zich retorisch afvraagt waar die op het podium niet gematerialiseerde schalen uit paps verleden terecht zouden kunnen in zijn eigen interieur en waar hij die evenmin uitgebeelde dansmaskers zou kunnen ophangen (daar horen die veertig gezichten evenmin thuis, tenzij de wanden van zijn huis één groot dansmasker worden!) stelt de toeschouwer zich elk erfstuk zelf voor. Zoals de erfstukken aanwezig zijn in hun afwezigheid, zo duikt het pijnlijke verleden op door de generaties heen, als spookachtige flarden of, zoals de Franse historica Nadine Fresco het formuleert over Joden ‘who have come late upon the scene’, als ‘fantoompijnen’: ‘The amputated are left only with phantom pains,’ aldus Fresco, ‘but who can say that the pain felt in a hand that one no longer has is not pain. These latter-day Jews are like people who have had a hand amputated that they never had. It is a phantom pain, in which amnesia takes the place of memory’ (‘Remembering the Unknown’, in: International Review of Psycho-Analysis 11, nr. 4 (1984), p. 421).

De ironie die ingezet wordt in Het Indisch Interieur, waardoor we voortdurend aangezet worden tot nadenken, blijkt uitermate doeltreffend om het koloniale geweld in Nederlands-Indië en de ontworteling van de verschillende generaties Indische Nederlanders aan te snijden. Bij de manier waarop het verleden herinnerd wordt, wordt onder andere ook stilgestaan als Linde (Amarenske Haitsma), de blonde, Nederlandse vriendin van kleinzoon Joachim (Mingus Dagelet), zich uitlaat over de Jappenkampen, die niet zo erg waren als Auschwitz, toch? Ook de slotscène laat het publiek niet onberoerd.

 

Marie Jadot

Publié le

Partagez cette news

cookieImage